In een internationaal gericht bedrijf komt het wel eens voor dat je vergadert met mensen uit het buitenland. Nu vind ik dat niet erg, want ik vind het altijd heerlijk om te luisteren naar al die buitenlandse talen. Afgelopen week werd er een vierdaagse training gegeven aan een wel zeer gevarieerd gezelschap.

Ik moest notuleren, dus ik was ’s ochtends vroeg aanwezig met pen, papier en laptop in aanvalshouding. Het gezelschap bestond uit Amerikanen, Zuid-Afrikanen, Mexicanen, een Braziliaan, een Brit en een paar Hollanders. Je kunt je voorstellen hoe dat moet hebben geklonken. Ik vond het prachtig. Allerlei verschillende soorten Engels vlogen over tafel. De een in het ‘steenkools’ de ander vloeiend en wel, maar allemaal ongeveer verstaanbaar.

Driftig pende ik alles op papier (in het Engels natuurlijk!) en na vier dagen en 10 A4-tjes aan notulen was alles besproken. Er was nog een gezellig etentje om alles af te sluiten en het gezelschap vloog weer terug de wereld over, op naar huis.

Ik was helemaal op na vier dagen vergaderen. Niet dat het saai was, maar onbewust doe je toch meer moeite om het Engels te blijven volgen. Het was super interessant, maar ik ben blij dat ik voorlopig weer lekker Nederlands kan praten en schrijven.